Dagboekfragmenten Praag, juni 2006
(zie voor werktitel kopie script Joris)
Dagboek fragment 1
woensdag 31/05/’06
Eindelijk is er dan Praag, het neutrale gevoel is sterk maar wordt al vrij snel verdrongen door de uitgesproken eerste 'buitenste schil indruk'. Rommel, afgebrokkelde huizen, bouwwerven, een schijnbaar chaotische drukte in een nog steeds verbijsterend mooi, als een door een hallucinerend kunstenaar met een barok opstoot, geschapen decor.
Ik voel me thuis komen en begeef me quasi automatisch richting Holesovice, het stadsdeel waar ik me het meest thuis voel. Koffie in het zo vertrouwde koffiehuis, even sms’en met als resultaat dat het ding blijft biepen tot de batterij het begeeft, de tam tam werkt nog steeds feilloos stel ik vast: lees het netwerk leeft en met een vermoeide tevredenheid over dat feit luister ik naar de verhalen van een kennis over zijn laatste China reizen. Ik kan alleen maar hopen dat dit journalistieke talent ooit gewaardeerd wordt.
Tussen de biepen zit Nick: 'Ramova 8 p.m.' Ondertussen een klassieker: een uitnodiging bij de peetvader himself in zijn favoriete restaurant bij de Afghanen.
Ik arriveer te vroeg en wordt onmiddellijk herkend door de Afghaanse chef. Na een feestelijke handdruk en wat moet doorgaan voor plechtige Tsjechische welkomswoorden volgt Kofta van het huis in afwachting van Nick. Die komt binnengezwierd in 3-delig pak overspoeld met de eeuwige netjes gekamde grijze baard en staart tot op ruglengte.
Heldere haviksogen vol blijdschap, ik weet mezelf getaxeerd in minder dan 1 seconde. Ontdaan van alle formaliteiten start onmiddellijk en diep en boeiend gesprek over de stand van zaken in dit leven. Ik betrap mezelf op de verwondering om de vreugde die ik voel om direct weer toegang te krijgen tot de levens van de mensen met wie ik zo veel gedeeld heb. Thuis IS thuis nu. Schijnbaar achteloos laat Nick me 2 sleutels van zijn huis, sowieso welkom, 'just in case it might be a bit less comfy at my brother’s'.
Wat dat betekent merk ik meteen na een nachtelijke tocht door de regen wanneer ik eindelijk Colin’s huis vind. De bittere armoede is bijtend, de verwelkoming des te hartelijker en onmiddellijk overschaduwd door Conor (de Ierse songwriter filosoof die resideert op zolder en zijn 2de plaat tracht in te blikken met de absoluut noodzakelijke hulp van Colin).
Conor is stomdronken en blijft maar lallen dat 'finaly the legend arrived'. Na een paar schrijnend hopeloze pogingen verstrikt in snaren en woorden geeft hij het op om zijn kwaliteiten als volleerd muzikant te bewijzen, murmelt iets over nachtkroegen en verdwijnt quasi zeker in één van de 'non-stops'. Nadat Colin en ik het er over eens zijn geworden dat een existentiële crisis en een gigantisch drankprobleem niet echt constructief zijn inzake het maken van een nieuw album komt zijn gitaar om de hoek kijken.
Om te beginnen de naakte melodielijn op akoestische gitaar die hij 8 jaar geleden voor me schreef voor 'The One Who Is', mijn regie debuut voor dans in het theater. Wat volgt is een bloemlezing uit heel zijn oeuvre doorregen met amusante anekdotes en herinneringen. Met de precisie van een horlogemaker vindt hij mijn favoriete baslijnen, rifjes, strofen en ritmes in zijn eigen werk om tot zijn grote tevredenheid vast te stellen dat ik geroerd ben tot in het diepst van mijn ziel. Het neusje van de zalm is een interpretatie van Bachs’s 'Ode aan de vreugde' in een mineur setting.
Dit gegeven en de opvallend veel blues invloeden, het gebrek aan andere instrumenten (het huis stond altijd vol) roept vragen op. Ik besluit te wachten en geef me over aan de eindeloze diepte van de donkerblauwe oceaanslaap.