Dagboekfragment 5 Praag, 4 juni ‘06 De dag breekt de nacht. In een verwoede poging mijn onderbewuste beelden, die nu op mijn netvlies branden, vast te houden struikel ik de realiteit in. Ik hou alleen een kristalheldere lijn over, ontdaan van alle franjes, alle gelaagdheid. De lijn staat voor transitie, een verbinding van A naar B en omgekeerd. Ik zie in een oogwenk, alsof het niets is, de zorgvuldig overwogen redenen van mijn trip én de werkelijke. Alle antwoorden vallen samen gekristalliseerd in wat vanaf nu het concept zal worden, de sleutel noodzakelijk om het proces film te doen starten. Een golf haast aandoenlijk enthousiasme overvalt me en ik kribbel: ' Boy finds finaly the love of his life (denkt hij) which he got proof of he thinks. Convinced of getting a 'Yes', he doesn’t know or dare how to ask the girl, decides to travel to visit the people of wisdom he once lived with to ask them for advice on this issue. Gets advice, connects finaly his both worlds and story’s he lives in, goes home, asks her and.' Amusant geprikkeld over het (nog) open einde breekt het echte leven abrupt in met Katka die behoorlijk verfomfaaid de kamer indruist, een monoloog afstekend in aandoenlijk Engels en Slowaaks, een echte feministe waardig. De brokken lijmend kom ik tot de conclusie dat het chronische geldgebrek, haar gezegende status en de omstandigheden (no social security what so ever), gecombineerd met een onverantwoorde uitgave 'for pleasure' geresulteerd heeft in een hoogoplopende ruzie tussen Colin en Katka waarbij de voordeur sneuvelde als fysieke kers op de taart. Ze staat letterlijk open merk ik droog op. Excellente koffie en een uitgebreide uiteenzetting op vraag over 'compulsive impulsive disorders' van mijn kant ontzenuwt op bevredigende wijze de ontstane commotie. Vrijwel naadloos schakelen we met een bijzondere gretigheid over op de creatieve aspecten in het scheppen van muziek met de nadruk op het procesmatige. Ik trek mijn stoute schoenen aan, schets ruwweg mijn intenties en visie op de steigers waar de te maken film nu in staat en laat om ondoorgrondelijke redenen het concept onaangeroerd. Colin is één en al oor, het stemt me bijna overmoedig en haast formeel, alsof we zaken gaan doen, vraag ik hem of hij de muziek wil componeren. De gekrenkte frons om zo veel formaliteit op zijn gezicht maakt plaats voor een diepe schittering in zijn ogen die ik onmiddellijk herken, gevolgd door de bevrijdende zekerheid dat de soundtrack zijn creatie wordt. Met een zacht en duidelijk 'Sure Vim' is alles bezegeld. In een flits schiet me de winter van 1997 door het hoofd. Dagen en nachten hebben we toen gepraat en gezwegen over alles tot zijn muziek het perfecte sluitstuk vormde op mijn danscreatie, live in het theater. Woorden zijn hier niet meer van toepassing, de snelweg van de zielen is even open en vrij als ooit tevoren. Beiden onuitgesproken vervuld met vreugde, we gaan weer werken. Onnodig laat ik het woord thematisch nog vallen en excuseer me, ik ben uitgenodigd bij Nick, z’n broer voor de brunch. Rimska, een straat bij Namesti Miru herbergt een statig gedecoreerd woonhuis uit naar schatting het interbellum met Nick’s flat on the 2nd floor. Het contrast met Colin’s stulp kan nauwelijks nog groter. Statig is het woord voor het zeer ruime appartement met maar liefst 3 enorme slaapkamers, allen voorzien van hoge dubbele deuren uitkomend op een centrale hal. Dit kon Parijs zijn. De inrichting is bijzonder smaakvol, design avant la lettre, een compositie van Kaca’s creativiteit en Nick’s harde no nonsens aanpak. Ik herken meteen een overvloed aan mij zo vertrouwde details uit de vorige flat die we bijna een jaar deelden. De gestolen verkeerslichten die ik weer deed branden, de monumentale bedden die we ineen hebben geknutseld uit massief houten balken gevonden op straat, die zonder 1 schroef of nagel een comfortabel slaapplatform bieden 2 hoog onder het stukwerk van de plafonds, het Russisch designlampje uit de jaren ‘40 of zo dat ik restaureerde, het gietijzeren pottenrek met vleeshaken in de keuken; ik kom thuis en een overweldigende melancholie overvalt me weer. Een jaar geleden kon ik helemaal niets zeggen de eerste uren. Ik word ontvangen als een koning, raak deze keer niet totaal overstuur en geniet als vanouds van de thee. Een copieuze zorgvuldige veganistische brunch is in de maak, ik grasduin in de muziekcollectie en vind geliefde stukken uit het verleden. Ik voel een uitgesproken diepe dankbaarheid naar boven komen. Wat Nick voor me gedaan heeft is onbeschrijfelijk in het woelige verleden, wat we over houden des te mooier. Ik relax volledig, het wordt heel 'Wimmig' tot grote tevredenheid van Nick. Na de brunch gaan we uitgebreid zitten roken op het terras en gaan als vanzelfsprekend over al de moeilijkheden des levens die ons te beurt zijn gevallen in het afgelopen jaar. We staan uitgebreid stil bij wat er allemaal gebeurd is in de 'community', het onzichtbare web van mensen, relevant voor ons. De sfeer is ernstig, het gesprek diep zoals gewoonlijk. Er volgt een hoogst aangename, onvoorziene verassing: of we de werkzaamheden aan Nick’s boerderijtje 60 km buiten Praag zullen bekijken. Met vereende krachten en een stuk verduurd elektriciteitskabel krijgen we de tot op de draad versleten skoda buiten aan de praat. De auto blijkt een cadeau te zijn van Barry, Nick’s Afghaanse vriend die nu in Kaboel zit om een TV station op te starten. Hij bromt wat over geld dat Barry hem nog schuldig is, zoals alweer gewoonlijk en ik onderdruk een lach omdat Nick nog steeds iedereen helpt, zoals gewoonlijk. Hij is mijn, en dé peetvader, zonder enige negatieve bijklank en zonder twijfel. De skoda hoest en pruttelt en we scheuren met een rotvaart de stad uit het wijde landschap van de Bohemen in. Ongeveer alles wat fout kan gaan is fout gegaan met de verbouwing van de boerderij met een verstikkende bureaucratie en een fikse burenruzie als leidmotief. Desondanks dit zit er best wel potentieel in het landhuisje in wording en tot mijn verbazing heeft Nick besloten het te verkopen. We roken pijp op z’n Afghaans, de muziek van Dimitri Von Paris komt net uit boven het geratel van de skoda en we praten over de liefde. Hij eerst, hij verwacht moeilijkheden met Kaca. Ze is net terug van een 5 weken lange voettocht naar Santiago de Compostella om zich te bezinnen over hun toekomst en ik begrijp de verkoop. Zijn legendarische bitterheid heeft plaats gemaakt voor mildheid. Beschouwelijk, haast filosofisch verwoordt hij zijn gedachten. Na een nadrukkelijke stille stilte doe ik hem het verhaal van mijn geliefde. Hij zegt niets en dan, als voor zichzelf, zegt hij: 'If the friendship is that deep, you could suggest to make it a bit wider' Ik laat dit diep doordringen, voeg enkel toe dat ik zelfs mijn vader niet om raad gevraagd heb. Een knik, een glimlach en staalharde, grijsblauwe ogen als antwoord. Meer kan ik niet verlangen. Weer thuis informeert hij of alles naar wens is bij zijn broer. Ik haal het verwrongen scharnier van Colin’s deur uit mijn broekzak, geef sec de feiten, en vraag of hij het scharnier kan vervangen. Ik bel Colin, hij zit alleen thuis, verdoken in de Gebroeders Karamazov van Dostojewski, 5 minuten later staat hij op de stoep. We roken op z’n Afghaans op het terras, hier en daar valt er een woord, en flard gedachte op z’n plaats als een blad in de herfst in de kathedraal van het bos. Zwijgend lopen we terug naar Colin’s, Katka is thuis en in een opperbeste stemming. Drie uur later lig ik ontdaan over zoveel schoonheid in m’n bed nagenietend van één van de mooiste volledig geïmproviseerde privé concerten ooit. Gitaar en stem verenigd in Colin en Katka.