Dagboekfragment 6
Praag, maandag 5 juni ‘06
Mijn dagen zijn geteld hier, althans voor nu, die gedachte ijsbeert in mijn hoofd. Het is veel meer een gevoel dan een aanzet tot actie ook al weet ik al lang dat mijn besluit vast staat, morgenvroeg, vroeg, vertrek ik.
Het brein werkt, werkt alweer perfect, ik dreig het bijna normaal te gaan vinden, alleen het gevoel blijft even ongrijpbaar ijsberen.
Ik ben volkomen rustig, rook gretig en geniet van koffie met Colin. Af en toe praten we wat, hier en daar een losse associatie, niets over gisteren, nog minder over morgen. We nemen nooit afscheid, dat is zo gegroeid en zal zo blijven. Hoogst aangenaam weten we beiden, nooit uitgesproken wegens niet van toepassing. Hij zegt enkel: 'Let me know you’re safe when you get there.', Dat volstaat, meer dan genoeg.
Ik ga waaien, uitwaaien op m’n brommer die ik merkwaardig genoeg al dagen naar de rand van mijn bewustzijn heb geschoven, in een poging het gevoel te duiden, de schil die er omheen zit letterlijk weg te scheuren. De B.M.Double V klinkt hemels en ik gesel het blok met een simpel rukje vanuit de pols, het gashendel bijt. De opeens totaal andere manier van voortbewegen geeft me een instant kick die lang nazindert. Het feit dat ik bewust dit voor het eerst 'thuis' doe katalyseert de sensatie terwijl de eeuwig mooie stad onder me doorschiet. Schijnbaar doelloos volg ik de hoofdassen die als slagaders door de stad pompen om dan de westrand, met de troosteloze woonblokken bezaaid over de heuvels, te bereiken.
Plots sta ik voor Vanda’s deur stil en ik ben hier zelf meer verbaasd over dan wie ook. Marcin staat er nu op de deur stel ik vast. Drie jaar hebben we hier gewoond. Tussen de ontelbare boeken, de verdomde fishtank en het armzalige meubilair deelden we het leven en de liefde, verwoest nu, met de tragische dood van haar moeder als orgelpunt.
Ik ben zo kalm als een oude vijver in oktober, bedenk dat het goed was, niets meer, en rij verder het leven in.
Op de top van Petrin Hill, vlakbij het Strahov stadion stap ik af. Het uitzicht op alle windstreken van de stad is adembenemend en ik laat mezelf toe elke wijk, elk stadsdeel elk referentiepunt te verbinden met de oneindige reeks gebeurtenissen daaraan verbonden in de jaren dat ik hier woonde. De telefoon breekt brutaal in de beeldenvloed. Het is Maggie bijna overenthousiast over het filmconcept me verzekerend dat ze met m’n hulp dat script schrijft. Ik zeg 'yes' en 'sure' en 'of course' en besef dat er geen weg meer terug is, dat ik dit ga doen en haast tevreden over een zo moeilijke chaotische opdracht die ik mezelf stel haak ik in.
Met de woestheid van een inslaande schrapnel overheerst het onbestemde gevoel van ‘s ochtends in een fractie van een seconde mijn totale zijn.
Ik steek een sigaret op en de wrange bitterheid om het plots kristalheldere inzicht verzacht zachtjes als de poëzie het langzaam maar zeker haalt van de tragedie, nu ik het einde van de film, het slot in al zijn aandoenlijk gestuntel aanvaard. De rede verwerpt het onmiddellijk, tevergeefs. Het doek over de afloop van het verhaal is al onherroepelijk gevallen weet ik. Morgen komt vast de bevrijdende bevestiging, thuis in die realiteit. HET GAAT NIET DOOR.
HET WORDT NIETS MET HET MEISJE. Net als ik de zo vaak besproken telepathie met 'mijn' muze hartsgrondig wil vervloeken manifesteert de troost zich vorstelijk in de vorm van Radka’s stem die me per telefoon uitnodigt om vanavond te dineren bij haar thuis.
In het uiterste zuiden van de zuidrand verscholen op de tweede verdieping van een gigantisch woonblok vind ik Radka’s flat. Danecku, haar zoon van 10 nu, is zo enthousiast over mijn komst dat hij struikelt over zijn Engels en me meteen meetroont naar z’n bak met hamsters waarvan hij er één onmiddellijk toevertrouwt.
We dineren daarna voortreffelijk, een gesprek voerend over de stand der dingen. Op het eerste gezicht bijna huiselijk alsof het hier een koppel betreft waarvan de man na een zakenreis thuiskomt. Zo voelt het ook, we hadden een koppel kunnen zijn. Als ik daar een allusie op maak lacht ze enkel stralend en zegt haast bedeesd: 'It wasn’t the right time then'. Ze toont me haar trouwfoto’s en nodigt me meteen uit in Glasgow waar ze binnen de 2 maanden naar emigreert. Haar haast volmaakte schoonheid, de zachtheid van haar woorden en handelen ontroeren me zo diep dat ik een tijd gewoon maar niets zeg. Mijn blik dwaalt af naar haar schilderijen met een kleurenpallet zo wonderlijk en zo verschillend van het mijne dat ze het merkt waarop ze zich verontschuldigt voor het feit dat er 'slechts' één doek hangt met mezelf als onderwerp uit de 'clownperiode'.
Als de vingertoppen van een blinde braille herkent mijn lichaam het hare als ze me omhelst zoals alleen zij dat kan. Ik kus haar, murmel nog iets en start, we zien elkaar weer in Glasgow, ooit. Ik ga hard rijden nu, alsof ik me wil losmaken. De tunnel onder Letenské Namesti vernauwt aanzienlijk opschakelend in het midden van de S-bocht in m’n favoriete 4de versnelling om met een rotvaart het laatste licht van de dag in te boren.
Ik stap onder de kastanjebomen slenter naar de bankjes daaronder en check terloops m’n hartslag, niet eens 68, niet slecht.
Volkomen zeker van mijn intuïtie ga ik op in de beweging van de opkringelende rook van mijn sigaret. Een vertrouwde pezige hand op m’n schouder, zonder twijfel Nick.
We schaken, zwijgend, misschien om me een plezier te doen, misschien omdat hij moet nadenken, over nu, over zichzelf en Kaca.
Nick heeft me leren schaken nu 8 jaar geleden of zo. Niet alleen schaken maar ook het vermogen de stukken, de bewegingen en de speler zelf 'te lezen'. Het werkt zoals steeds feilloos en ik ga al finaal onderuit na amper 5 zetten, in de hoek gedrumd door een schitterende dubbele parallelle diagonaal van zijn bisschoppen dwars over het strijdtoneel.
De peetvader heeft gesproken, de interpretatie is voor mij.
Een handdruk, een omhelzing als van staal en even fonkelende grijsblauwe ogen.
Ik bevries alles, elke indruk, elke gedachte, elke emotie, slaap mechanisch en het brein, als een vers geslepen diamant, gidst me de brug over, naar huis, naar nieuw leven.
Vim