Dagboekfragment 3
Praag, 3 juni ‘06
De ochtend start zoals gedroomd met Colin en Katka in een open speels frivole stemming. Ik doe inkopen voor het ontbijt, het daaropvolgend gesprek blijft spontaan gefocust op muziek. We pikken de draad weer op van de vorige dag, nu aangevuld met verrassende standpunten en inzichten van Katka wat ze meermaals heel naturel aanvult door hier en daar een melodielijn te vocaliseren, kwestie van de minimale taalbarrière te reduceren. Het is frappant hoe ze achteloos quasi onverschillig vrij ingewikkelde theoretische uiteenzettingen illustreert met haar stem, hierbij een breed spectrum van emoties laat verschijnen om dan ietwat timide en bijna ondeugend weer naar de zijlijnen van de conversatie te bewegen. Ik geniet en ontdek eens te meer de rijkheid van muziek als mensen taal. We belanden geleidelijk bij de zakelijke aspecten; het contract met EMI, de deadlines, royalty’s,...
Colin geeft ongevraagd het geheim van de penetrante armoede prijs: z’n volledig PA systeem, incluis instrumenten, schrifturen, harddisk’s e.d. werden onlangs gestolen. De verhuur ervan en daarmee z’n veelgevraagde expertise als bron van redelijk stabiele inkomsten zijn hiermee onherroepelijk verdwenen. Het verder ontwikkelen van zijn 3de album en het halen van gestelde deadlines zijn daardoor ernstig gehypothekeerd. De zwarte humor en het savoir vivre zijn echter volledig intact gebleven.
Ik sta op het punt een voorstel te doen om muziek voor de film te componeren maar besluit alweer wegens gebrek aan concept en vooral themata te wachten. Het is tijd voor Colin’s gitaarles die hij geeft aan de International School of Prague. Ik herinner me mijn vetbetaalde zij het sporadische opdrachten als technisch regisseur aan hetzelfde instituut en stel tevreden vast dat deze stad wel altijd min of meer een uitkomst biedt.
We spreken af in Letensky park later op de middag.
Ik adem de stad in tijdens mijn tocht naar het park, onbewust maar zorgvuldig een traject volgend ver van de walgelijke toeristenstroom. Mijn ziel is vrij tot op zekere hoogte, de gedachten worden beschouwelijk en ik voel me vooral thuis als een vis in het water als ik door Kampa park op de Kleine Zijde loop. Ik passeer het monumentale huis waar ik zovele uren heb doorgebracht in de mansarde, waar Ilse zo van hield, waar mijn schilderspallet is blijven hangen aan de muur toen ik te weinig verdiende in het theater om de huur te kunnen betalen, waar de duivelsbeek nog steeds onder het keukenraam stroomt en waar ik ooit passioneel verdronk in de liefde met Vanda.
Na een steile klim arriveer ik aan het kasteeltje op de heuvel. Hier is Letensky park. De banken onder de kastanje bomen waar ik uren heb zitten praten, schaak heb gespeeld met Pieter en vooral het adembenemende zicht op de 1000 torens van Praag vervullen me met een zachtmoedige melancholie zo eigen aan de plek dat het gevoel overweldigend weer op z’n plaats schiet. Ik stuit op Bubu die op zijn mandoline speelt voor niemand en dan voor mij. We komen niet verder dan een 'hallo' alsof het gisteren was. De klanken drijven even mee met mijn gedachten en geven dan richting, ik laat me meedrijven, woordeloos.
Al snel zijn we omringd door oude kennissen en nieuwkomers, ik luister naar de verhalen en de muziek, nu bijgestaan door een piccolo, Spaanse gitaar en kazoo. Occasioneel beantwoord ik haast mechanisch een vraag.
Colin arriveert en haalt meteen zijn gitaar boven, start ondersteunend met hier en daar een hoofdknikje om binnen het kwartier vakkundig op de achtergrond de spontane jamsessie te orkestreren. Out of the blue verschijnt opeens Lucy, een gezamenlijke vriendin uit Wales van Colin en mij en de meest getalenteerde celliste ooit die ik mocht ontmoeten in dit leven.
Het moet minstens 4 jaar geleden zijn dat ik haar nog zag. Er is geen schrammetje op de vriendschap. Ogen zeggen 2 miljoen woorden in 1 seconde. Het wordt een feest. Het tijdstip kon niet beter komen voor Colin. Ik weet dat ze een heel belangrijke steun en bijdrage hoe dan ook zal leveren voor de derde plaat ook al wordt daar met geen woord over gerept.
Ze kust me zoals je een oudere broer kust en fluistert een liefdesgeheim in m’n oor: 'smoor op Steff (Deprez) destijds - en Karolien in Steff’s leven tot haar grote spijt -' met een stralende glimlach die onmiddellijk alles weer goed maakt. Ze blijft in Praag, het stemt me gelukkig, er is meer hoop.
Als een welopgevoede jongen nodig Colin en Katka uit om te gaan eten wat we ook doen. Aan hen de keuze: een bescheiden pizzeria, ik overtuig hen echt te nemen wat ze willen, wat ze ook doen. De rekening moet voor hen ongeveer een weekloon bedragen, ik ben beschaamd dat ik niets beter te bieden heb en betaal wat de keizer toekomt.
Ik begeef me naar Fraktal, het café van de Zweden ontmoet mijn Japanse kamergenoot na 4 jaar en laat hem uitgebreid berichten over het echte leven in Tokio. Ik ben geboeid maar mijn brein registreert koudweg de feiten, de deur naar de ziel blijft gesloten. Dan begint over zijn filmambities na een reeks van hilarisch anekdotes die ik uit het verleden met gemak weer ophaal. Het wordt amusant, ik hoor hem schaamteloos uit over zijn film ideeën, geef iets en niets prijs over de mijne en verlaat onbestemd het café van de Zweden wegens oorverdovend gebral van de zoveelste vlaag dronken Amerikanen die het nu echt, echt wel gaan maken in de Golden City.
Ik voel een ijselijke eenzaamheid opwellen op weg naar huis in de nachttram, laat ze volledig doorzinderen, de harde rechte lijnen worden bijna tastbaar. Vastbesloten de volgende dag die film te vergeten smelt ik samen met de duisternis en het gerammel van de derdehands frigo achter mijn hoofd tot mijn ziel zweeft tussen de nachtkleuren van de stad.